Watersnoodramp 1953

De watersnoodramp van 1953 is misschien nog wel het meest bekende voorbeeld van wat er kan gebeuren als water te hoog komt te staan.



Bij deze ramp kwamen meer dan 1800 mensen om het leven. Ook grote aantallen vee en andere dieren kwamen om. En er ontstond grote schade, vooral in Nederland, maar ook in het Vlaamse deel van de Delta.
In deze opname zie je hoe deze ramp kon gebeuren.

Deltaplan

In Nederland leidde de watersnoodramp van 1953 tot het Deltaplan. Dit plan zorgt ervoor dat heel Nederland beveiligd is tegen overstroming door de zee.

Op 21 februari 1953 wordt de Deltacommissie opgericht. Onder leiding van de directeur-generaal van Rijkswaterstaat: de heer Maris. Het doel van de Deltacommissie is het opstellen van een plan dat ervoor zal zorgen dat de volgende doelen bereikt kunnen worden:

  1. Het watervrij maken van gebieden die bij hoge vloedstanden regelmatig onder water kwamen te staan en de veiligheid van deze, en andere, gebieden tegen het water garanderen.
  2. Het beveiligen van het land tegen verzilting (het zout worden van de grond).

Minister Algera van Verkeer en Waterstaat laat de Deltacommissie weten dat er een keuze gemaakt moet worden tussen het verhogen van de bestaande dijken of het afsluiten van enkele zeegaten. Voorwaarde voor het opstellen van het Deltaplan is echter wel dat de Westerschelde en de Rotterdamse Waterweg open blijven, omdat deze waterwegen van groot belang zijn voor de scheepvaart.