Voedsel

Zeehonden eten vooral vis (bot, haring en kabeljauw). Maar ze eten ook wel kreeften, inktvissen en wulken (een soort zeeslak).

In Nederland eten zeehonden het meeste bot (xx). Grote vissen eten ze aan het wateroppervlak. Kleine vissen eten ze onder water op tijdens het jagen. Jonge zeehonden (tot 3 maanden) eten kreeftjes die op de bodem leven. Zeehonden hebben de gewoonte ieder seizoen op slechts één soort vis te jagen. De zeehond drinkt geen zeewater. Met het voedsel krijgt hij het meeste vocht binnen. 235px-Buccinum_undatum

Het gebit van de zeehond lijkt heel veel op dat van de landroofdieren. Hij heeft 32 tanden en kiezen. Zijn tanden gebruikt hij vooral om zijn prooi in stukken te scheuren.

De zeehond vangt zijn prooi meestal diep in het water. 50 meter of dieper. Zeehonden duiken meestal slechts 4-5 minuten onder water. Ze kunnen echter wel 20 minuten onder water blijven. Om langer onder water te kunnen blijven hebben de zeehonden in hun bloed heel veel rode bloedcellen met een hoge concentratie hemoglobine. Deze stof zorgt ervoor dat bloed zich aan zuurstof bindt. Ook hebben ze bijna drie keer zoveel bloed als een mens. Onder water gaat een zeehond ook nog eens heel zuinig met zijn zuurstof om. Alleen hart, hersenen en de meest belangrijke organen krijgen zuurstof. Zijn lichaamstemperatuur daalt en de hartslag vermindert van 120 tot 4 slagen per minuut. Door deze aanpassingen kan een gewone zeehond best 20 minuten onder water blijven. Maar ook 30 minuten onder blijven is niet onmogelijk. Zeehonden slapen soms zelfs in het water; rechtop drijvend (als een grote dobber), horizontaal in het water of languit liggend op de bodem.