Wintergasten & Passanten

De bonte strandloper en de scholekster blijven in grote aantallen overwinteren. Andere vogels, zoals de bontbekplevier en de zwarte ruiter, zijn echte passanten. Zij blijven tijdelijk langs de Schelde om 'bij te tanken'. Rosse gruttoSommige soorten gebruiken het Schelde-estuarium vooral als doortrekgebied. Bijvoorbeeld de wulp, zilverplevier en rosse grutto. Maar een klein deel van deze vogels blijven aan de Schelde overwinteren.

kievit_10

Naarmate het water in de Zeeschelde zoeter wordt, dus vanaf Antwerpen verder Belgie in, worden de aantallen steltlopers kleiner. Het gebied is nog steeds erg belangrijk voor deze vogels. Grote aantallen steltlopers komen voor in de Westerschelde. De meeste steltlopers komen voor langs de Scheldemond. Vooral het gebied van de Hooge Platen tussen Breskens en Hoofdplaat gebruiken de steltlopers regelmatig om zich te voeden.

Tussen Antwerpen en Gent, op de slikken van de Zeeschelde, komen ook steltlopers voor, maar dat zijn er een stuk minder.  De kievit komt hier het meest voor. Na de broedtijd zijn het er duizenden. De verarmde en eenzijdige bodemfauna is waarschijnlijk de oorzaak dat niet meer steltlopers in de brak- en zoetwaterslikken naar voedsel zoeken. De Wester- en Zeeschelde zijn van internationaal belang voor een tiental soorten steltlopers. Dit betekent dat op bepaalde tijdstippen van het jaar, de meeste vogels van een soort in dit gebied zitten.

tn_scholeksters.JPG tn_rosse_grutto