Trekvogels

tn_zilverplevierpimwolf.JPG Tijdens de doortrek- en winterperiode komen naar het Schelde-estuarium meer dan 150.000 watervogels! Dit zijn voornamelijk steltlopers, eenden en ganzen. Meeuwen worden hierbij niet meegeteld. Andere soorten watervogels zoals bv. duikers, futen en aalscholvers komen slechts in kleine aantallen voor.

Veel van deze vogels zijn hier niet altijd. De Schelde is voor trekvogels een stop- of pleisterplaats waar zij op hun lange reis van soms wel duizenden kilometers even uitrusten en eten zoeken. Voor steltlopers ligt de Schelde op de zogenaamde Oost-Atlantische trekroute. Dit is één van de grote vliegwegen waarlangs vogels vanuit hun arctische broedgebieden in Rusland, Groenland en Canada, of de gematigde Noord- en West-Europese streken, naar hun winterkwartieren koers zetten. Afhankelijk van de soort zijn dit de stroommondingen van Noordwest-Europa, de Afrikaanse kusten van Mauretanië en Guinee-Bissau, tot de kustlijn van Zuid-Afrika. Voor sommige steltlopers liggen de Siberische broedplaatsen (in Siberië) en de overwinteringsgebieden (in Afrika) meer dan 10.000 km uit elkaar.

Voor deze kampioenen van de vogeltrek is het van levensbelang dat ze onderweg plaatsen tegenkomen waar ze hun vetreserves kunnen bijspijkeren om hun enorme vlucht aan te kunnen. Bovendien zijn vetreserves noodzakelijk om het harde winterweer te overleven. Voor hun voedsel zijn de meeste van deze vogels afhankelijk van de bodemdieren in de slikken.

trekroutes.JPG