Eenden & Ganzen

Naast steltlopers krijgt het Schelde-estuarium ook bezoek van eenden en ganzen die bij de Baltische zee en de Noordzee wonen. De steltlopers komen het meest in het westelijk deel van de Westerschelde voor. De eenden en ganzen kiezen juist voor het oostelijk deel van de Wester- en Zeeschelde. Rond de Belgisch-Nederlandse grens.

Verdronken Land van Saeftinghe

Het Verdronken Land van Saeftinghe speelt een bijzondere rol voor eenden en ganzen. Dit gebied is heel groot: ruim 3000 hectare. Hierdoor biedt het zowel een grote hoeveelheid voedsel als rust. Zeker sinds er niet meer gejaagd mag worden.

De smient komt hier het meeste voor (tussen 40.000 en 50.000).

tn_smient

Maar ook van de zeldzame pijlstaart zijn er geregeld enkele duizenden aanwezig. 

tn_pijlstaart_anas_acuta_th

Van sommige eenden en ganzen komen er steeds meer. Dit heeft vermoedelijk te maken met een stijging van de NoordWest-Europese populaties van deze soorten. Een opvallend voorbeeld is de grauwe gans in en om Saeftinghe. De aantallen schoten hier omhoog van een paar duizend in 1980 naar 50.000 in 2012. Dit succes heeft ook te maken met de droogte in de traditionele winterverblijfplaatsen van de grauwe gans in Spanje. Ze zochten dus een andere plek.

Het aantal steltlopers in ' t land van Saefthinge nam juist iets af.

Bergeend

De bergeend verdient een speciale vermelding. Bergeenden vliegen tussen juni en augustus naar de Duitse BochtHier verwisselen ze hun oud verenkleed voor een nieuw. Tijdens deze rui kunnen bergeenden niet vliegen. Ze zijn op dat moment dus erg kwetsbaar. Enkele duizenden vogels blijven in de Westerschelde om hun oud verenkleed kwijt te raken (te ruien). Vooral rond de Hooge Platen en tussen Lillo en Bath. Blijkbaar voelen zij zich daar veilig genoeg om deze gevaarlijke periode daar door te brengen. In het winterseizoen komt de bergeend steeds vaker voor in het Schelde-estuarium.

Zeeschelde

Ook de Zeeschelde trekt steeds meer watervogels. Van de wintertaling worden er stroomopwaarts van Antwerpen al meer dan 15.000 geteld.De wintertaling is een grondeleend. Deze eenden zoeken hun voedsel meestal aan het oppervlak van ondiep water of daaronder.  Ze eten vermoedelijk zaden die ze uit het water en de modder zeven (‘ grondelen’).  Het achterlichaam van de eend steekt rechtop uit het water. Zijn kop en hals bevinden zich onder water. Duiken doen ze weinig. Verder vliegt een grondeleend makkelijk en zonder aanloop uit het water.

De krakeend is een vrij zeldzame eend. Toch komt hij op de Zeeschelde vrij veel voor (tot 1200 stuks). Zelfs duikeenden zoals de tafeleendde kuifeend en andere soorten eenden zoals de pijlstaart  vinden steeds vaker de weg naar de Zeeschelde. Dit is hopenlijk een teken van verbetering van het milieu rond de Schelde. Ook voor deze eendachtigen is het Schelde-estuarium van internationaal belang.

21992_krakeend (3)

Krakeend