Fint of meivis?

Eén van de symbolen voor de gezondheid van het visbestand in de Schelde is de fint. De fint is familie van de haring en kan 60 cm lang worden. Deze fint  trok vroeger massaal de Schelde en de zijrivieren in om te paaien (zich voort te planten). Vooral in de maand mei werd deze vis massaal aangetroffen. Vandaar dat hij ook wel meivis genoemd wordt.

Vroeger werd de Fint gezouten, gedroogd, gerookt en ingelegd. Zo vormde hij gedurende maanden voedsel voor veel gezinnen.

In de jaren '70 ging het niet goed met de fint in de Schelde. Tegenwoordig gaat het al wat beter met de meeste soorten, dus ook met de fint. De trek van deze vis naar de paaigebieden gaat echter niet meer door. Misschien komt dit omdat er in de zomer stroomopwaarts te weinig zuurstof in het water zit. De fint leeft namelijk in de zee, maar paait in de monding van rivieren. Als de watertemperatuur hoger dan 11 graden wordt, trekken de dieren de rivieren op. Daar waar de getijden nog merkbaar zijn, zetten ze hun eieren af in ondieptes met grind en zand. Nu doen ze dit dus niet mer in de Schelde. Wel doen ze dit op andere plaatsen in Europa. Bijvoorbeeld in de estuaria van de Severn, de Usk, de Tywi en de Wye in Groot-Brittannië (Wales). En ook in Polen en Duitsland in de Oder en de Weser.

fint2