Zeepaardjes

Zeepaardjes zijn een speciaal soort vissen. Het zijn beenvissen. Ze behoren samen met de zeenaalden tot de stekelbaarsachtigen. De huid van het zeepaardje is bedekt met rijen benige huidplaatjes. Dus niet met schubben! Het dier heeft een bek in de vorm van een buis. Met aan het einde een trompetvormige mond zonder tanden. Met zijn snuit kan het zeepaardje ook voelen.

Sommige soorten zeepaardjes leven in brak (ca. 40% zoet) en zelfs zoet water. Zeepaardjes passen zich gemakkelijk aan; ze kunnen leven in water van 6 à 7 ° C. Maar ze kunnen ook tegen een temperatuur van 30° C.

Zeepaardjes lijken rechtop te staan in het water. Ze blijven onder andere overeind door de bewegingen van de staart. Zeepaardjes kunnen recht omhoog of omlaag zwemmen. Ze kunnen zelfs liggend op hun rug zwemmen. Dit doen ze met uitgestrekte staart om in evenwicht te blijven. Ook klemmen ze zich met hun lange grijpstaart vast aan zeegras of wier. Zo drijven ze soms kilometers met deze planten mee. Een zeepaardje beweegt niet zo veel. Soms wacht jij gewoon tot het voedsel langs zwemt.

In dit filmpje zie je zeepaardjes die in de Westerschelde zitten. De opname is gemaakt door de dishoekduikers bij het bankje van Zoutelande. Zeepaardjes komen voor zover bekend alleen in het mondingsgebied van de Westerschelde voor.

...


Afhankelijk van de soort zijn ze na ca. 6 maanden volwassen. Ze blijven wel hun hele leven groeien. Ze worden tussen de 4 en 7 jaar oud. Zeepaardjes blijven meestal bij dezelfde partner. Verder leven de zeepaardjes in een modern gezin: de man zorgt voor de kinderen. Dit doet hij voor de geboorte. Het mannetje heeft namelijk een broedbuidel. Deze zit aan de onderkant van zijn staart. Zo draagt hij de jongen 2 tot 3 weken tot ze geboren worden.

Afhankelijk van de soort worden 15 tot 1500 larven geboren. Ze zijn 6 tot 15 mm groot. Na de geboorte moet zo'n larve direct voor zichzelf zorgen. Ze eten kleine visjes (o.a. jonge harders of zeegrondels), garnalen en kreeftjes, die ze met hun buisvormige mond opzuigen.