Gast van de maand

Eric Taverniers

1 oktober 2010

img_0111tn_.JPG

  1. Wat voor beroep heeft u?
    meet- en studie-ingenieur / gebiedsingenieur / bouwingenieur
  2. Bij welk bedrijf of organisatie werkt u?
    Bij het Waterbouwkundig Laboratorium te Borgerhout, een onderzoeksinstelling over waterbeheer, hydraulica en nautica van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse Overheid
  3. Wat betekent de Schelde voor uw werk?
    Dé leidraad van mijn leven, al met danige interesse vanaf de middelbare school, doorgetrokken tijdens de ingenieurstudies met o.a. thesis over getijberekeningen in de Schelde, en vanaf de eerste werkdag steeds bij diensten gewerkt die rechtstreeks met de Schelde en dan voornamelijk het aan tij onderhevige Zeescheldebekken te maken hebben: Antwerpse Zeediensten (1972-1978) (toegang tot de haven van Antwerpen), Dienst der Zeeschelde (1978-1994) (o.a. Sigmaplan), Afdeling Maritieme Schelde en Afdeling Maritieme Toegang (1995-2004) (toegang tot de haven van Antwerpen), en sinds 2004 bij het Waterbouwkundig Laboratorium (kennis-uitdrager).img_6078tn_.JPG
  4. Hoe ziet uw werkdag eruit? (obv planning/agenda)
    Een normale werkdag begint om half acht op bureel (kantoor) of met vertrek naar het terrein. De dag kent wel wat veel vergaderingen over diverse aangelegenheden ook buiten het eigenlijke studiewerk omtrent de Westerschelde en het Zeescheldebekken, doornemen van studies van anderen, opstellen eigen studies, doorgeven van kennis en ervaring aan de jonge generatie, … Rond vijf uur 's middags is de dag op bureel normalerwijze afgesloten, maar 's avonds en in weekends thuis wordt nog veel tijd aan het ambt (werk) gewijd (mijn generatie vindt dat normaal …) (thuis heerst ook de nodige stilte en rust om flink en grondig door te werken, stilte en rust die op bureel maar weinig voorkomen …). Maar: bij "was" en "ontij", d.w.z. in periodes van zeer veel bovendebiet of van stormtij, hoort de opvolging van de waterstanden in het Zeescheldebekken en de verwittigingen van diverse diensten o.a. sluiten waterkeringen, er ook bij. Dat zijn zeer intense dagen, gewoonlijk nacht- en weekend-werk, gewoonlijk eenzaam thuis en eenzaam in beslissingen, soms dagen na elkaar, elke dag ruim 15 uren bezig. Tijdens mijn zestien jaren ambt bij de Dienst der Zeeschelde kwamen daar het bezoek aan dijkschades (bvb. bressen en overstromingen) en het opmaken en laten uitvoeren van herstelwerken bij, goed voor weken soms maanden bijkomend werk.
    dsc02471tn_.JPG
  5. Wat vindt u leuk aan uw werk?
    Het meeleven met het getij in het Zeescheldebekken: hoe water zo afwisselend op en neer gaat, zowel in hoogte als in stroming … en hoe de bedding danig afwisselt van bijna leeg tot overvol, met schorren overstroomd, soms ook GOG's in werking. Tijdens mijn zestien jaren bij de Dienst der Zeeschelde gaf ik de Schelde, de Durme en de Moervaart ook danig een andere vorm, nl. tijdens uitvoering van het Sigmaplan: dijkwerken, herbouw sluizen dus zorg voor afvoer polders, keuze en bouw GOG's enz.
  6. Wat vindt u minder leuk aan uw werk?
    Destijds was er veel waardering van de mensen die langs de dijken wonen als de dijken werden aangepakt; ook de gemeente- en polderbesturen waren meewerkend en dankbaar. Destijds waren de ingenieurs ook de spilfiguren van alle werken, onderhoud en exploitatie in het Zeescheldebekken. Het op terrein zijn, ook bij nacht en ontij, werd erg gewaardeerd. De contacten met "rare vogels" die langs de dijken woonden, waren enthousiasmerend. Maar: die jaren zijn blijkbaar voorbij, en drukt op mijn stemming bij huidige bezoeken aan en bij studies van het Zeescheldebekken.
  7. Welke opleiding heeft u gevolgd?
    img_4372tn_.JPG dsc02500tn_.JPG
    Vooreerst -als kind- zelfstudie, vooral het opsnuiven van de sfeer en het leven door vele fietstochten, komende uit het "mee"-leven met de dokwerkers in mijn woonbuurt als kind, en uit de daaruit gegroeide interesse voor Schelde en haven. Dan: studie tot burgerlijk bouwkundig ingenieur (VUB 1972), met o.a. de nodige vakken om effectief en terdege met de Schelde bezig te kunnen zijn. Het adjectief "bouwkundig" geldt tegenwoordig niet meer zo, vroeger moést men bouwkundige zijn! Het zal zich nog wreken dat niet-bouwkundigen zo veel in het Zeescheldebekken bezig zijn. En uiteindelijk: wat men nu "permanente vorming" noemt, doch wat ik als een vanzelfsprekendheid (en dus geen bijzondere naamgeving voor nodig) vind, nl. elke dag opnieuw, jaren na elkaar, zich blijven verrijken in kennis, wijsheid en ervaring van wat het tij in het Zeescheldebekken doet … en met "dienstige ogen kijken" dus "de materie in de vingers hebben" … "begrijpen wat men ziet" …
  8. Wat voor iemand moet je zijn om dit werk te doen?
    Bouwkundig ingenieur … levendige belangstelling voor het leven van het getij … meeleven met en begrijpen van dat getij … (dus al drie keer staan hier de letters " l e v e n " op een rij … !!! op terrein (durven) gaan … ook bij slecht weer, en niet enkel "van 9 tot 5" …
    gog_overloopdijk_aanleg_steenasfalt___1tn_
  9. Heeft u wel eens iets bijzonders meegemaakt in uw werk?
    Ja. Zowel leuke dingen (voldoening als dijkwerken klaar waren; dankbaarheid van hen die dan beter beschermd waren, soms kleine mooie dingen …) als tegenslagen (instorting Mellebrug op 18 maart 1992).

Wil je nog vragen stellen aan Eric Taverniers? Dat kan, Mail hem!

Eerder waren al gast van de maand: