Geulen & Platen

tn_geulen_en_platen.JPG De zee en de rivier voeren zand en slib aan dat bezinkt in het estuarium. Hierdoor ontstaan geulen en platen. Geulen zijn de diepe gedeelten van vaarwater.
Platen zijn gebieden in de rivier die droogvallen als het laagwater wordt. Deze platen worden ook wel zandbanken genoemd. Deze steken bij laagwater als kleine eilandjes boven het water uit.

De Westerschelde heeft verschillende geulen: hoofd- en nevengeulen.
Dit heet een meergeulensysteem:

  • De Zeeschelde (tot aan de Nederlandse grens) heeft één stroomgeul. Deze stroomgeul heeft een meanderend karakter. Dit betekent dat de rivier door het land kronkelt als een slang. Het is geen recht kanaal.
  • In de Westerschelde splitst het vaarwater zich in meerdere geulen door de aanwezigheid van de platen.

De stroming in het water zorgt dat heel veel plantenresten en duizenden tonnen zand en slib vervoerd worden. Het water in het estuarium stroomt niet snel. Hierdoor kan het zand en de klei in het water gemakkelijk naar beneden zinken. Zo komt er een heuvel in de rivier en na eeuwen is daar land ontstaan. In rivierlandschappen waar de mens zich niet mee bemoeit, zie je dat de stroomgeulen zich aanpassen door uitwegen en nieuwe routes te kiezen. Vanuit de lucht zien deze stroomgeulen eruit als een breed vlechtwerk van geulen en armen. In het klein kun je dit ook zien in 't Verdronken land van Saeftinghe.’

tn_saeftinge1.JPG