Diep & Ondiep

In de rivier liggen platen of zandbanken. Langs de rivier, tegen de oever aan, liggen de schorren en slikken.

Het gedeelte van de Schelde waar de schepen mogen varen heet de vaargeul. Deze heeft een minimale diepte nodig om er voor te zorgen dat er schepen door heen kunnen varen. De minimale diepte van de hoofdvaargeul van de Westerschelde varieert van 13,44 tot 51,44 meter.

Het diepste punt van de Westerschelde ligt voor Borssele. Hier is het ongeveer 58 meter diep. Een ander diep punt is de put van Terneuzen. Daar is het 40 meter diep.

De rivier is op een plaats niet altijd even diep. De rivier is voortdurend in beweging. Hierdoor wordt zand en slib verplaatst. Zodat het de ene keer dieper en de andere keer iets minder diep kan zijn. Zo is er ook een periode geweest dat de put van Terneuzen dieper was dan het 'gat' ter hoogte van Borssele.

Bij de Zeeschelde is de diepte afhankelijk van het tij. De diepte zal daar dus ook mimimaal 13,44 meter zijn. Tot aan de haven van Antwerpen worden drempels en havens regelmatig gebaggerd.